Kun je cashen met krekels?

Kweek Je Krekel Challenge

Welke vakken krijg je? Welke projecten en excursies zijn er? Wanneer ga je stage lopen? En welke keuzemogelijkheden heb je?

Jaar 1: Basis bedrijfskunde, agri-foodmodules en stage

Na een introductieweek, waarin studenten kennis maken met elkaar, school en docenten, start je met de basis van bedrijfskunde. Deze basis bestaat uit colleges en opdrachten in financieel management, marketing en logistiek. Vanaf blok 2 krijgen studenten ook agri-foodmodules. Hierbij wordt gestart met een oriëntatie op primaire agrarische bedrijven en deze verdiept zich in blok 3 met modules gericht op agri-foodketens. De bedrijfskundige modules en agri-foodvakken komen samen in een oriëntatiestage op een primair agrarisch bedrijf in blok 4. Behaal je alle vakken in jaar 1, dan heb je 60 creditpoints en hiermee je propedeuse. Je dient tenminste 40 creditpoints te behalen in jaar 1.

Jaar 2: Verdiepen, projecten en keuzemodules

In jaar 2 verdiept de student zich in bedrijfskundige vakken, zoals (personeels)management, bedrijfseconomie, marketing en logistiek. Gebeurt dit in blok 1 nog vooral met colleges en opdrachten, worden er in de blokken 2, 3 en 4 grote (externe) projecten uitgevoerd, waarbij de opgedane kennis en vaardigheden in de praktijk kunnen worden toegepast. Denk hierbij aan marktonderzoek, strategisch ondernemerschap en international business.

In blok 1 en in blok 4 zijn er modules die grotendeels in het Engels worden verzorgd, om op deze manier goed aan te sluiten op de (buitenlandse) stage in jaar 3. In blok 3 en 4 kan de student zelf een bedrijfskundige module kiezen.

Jaar 3: Stages en minor

In jaar 3 breng je de opgedane kennis en vaardigheden in de praktijk, door stage te lopen. In totaal loopt je 30 weken stage bij bedrijf of organisatie naar keuze. Hierbij dient een bedrijfskundig vraagstuk te worden onderzocht of opgelost. Denk hierbij aan het opstellen van een kostprijsberekening, of het opstellen van een marketing- en communicatieplan voor een (agri-food) bedrijf. Maar ook logistieke of managementopdrachten behoren tot de mogelijkheden. De student loopt zowel in het binnen- als buitenland stage. De overige 10 weken (blok 1 of blok 4) kan de student een minor (opleidingsoverstijgende module) volgen op de HAS of op een andere hogeschool of universiteit.

Jaar 4: Specialiseren en afstuderen

In het laatste studiejaar kies je een specialisatie. Vaak weten je naar aanleiding van je stages steeds beter waar je interesse ligt.

In de laatste 20 weken van jaar 4 wordt er een beroepsopdracht door de studenten uitgevoerd. Dit zijn vraagstukken vanuit bedrijfsleven of overheden die worden uitgewerkt door studenten. Vaak bestaat een groepje uit 2 of 3 studenten, van 1 of meerdere opleidingen. Een vakdocent begeleidt dit proces. Met de afronding van deze opdrachten voltooien studenten hun opleiding.

Er bestaan ook alternatieve mogelijkheden voor jaar 4, zo kun je ook kiezen voor de opleidingsoverstijgende module Topklas Ondernemen. Hierbij word je in de eerste 20 weken van het laatste leerjaar klaar gestoomd voor ondernemerschap; het ontwikkelen en starten van een eigen bedrijf. In de laatste 20 weken kan de student kiezen om dit ook te gaan realiseren via het zelfstandig ondernemerschapstraject (afstuderen met jouw eigen bedrijf) of af te studeren via een beroerpsopdracht.